Utrecht

Gisteren heb ik in de trein gewerkt. De trein vanuit Kruiningen naar Amersfoort. Ik heb daar een leuke opdracht als statistisch adviseur van onderzoekers en studenten bij de GGZ Centraal. Donderdag moet ik dan weer naar het centrum van het land, naar Utrecht voor twee workshops over thematische analyse. De workshops worden georganiseerd door Boom Hoger Onderwijs, tijdens de Docentenmiddag Onderzoeksvaardigheden. Altijd heel leuk om te doen.

De bezoekers zijn enthousiaste gebruikers van mijn boek ‘Wat is Onderzoek?’ Ik krijg altijd veel energie van de contacten met docenten en onderzoekers, en ik verheug me erop ze te ontmoeten. Toch is mijn gevoel ditmaal gemengd.

Om in het centrum te komen pak ik de auto tot Utrecht Westraven, daar parkeer ik bij de P+R en dan neem ik de tram naar het centrum. Die tram, ja…die waar afgelopen maandag de schietpartij plaatsvond. Eigenlijk sta ik er nooit zo bij stil, ik reis door heel Nederland, Europa, zelfs daarbuiten. Voel me nooit onveilig of gecompromitteerd. Toch komt het ineens heel dichtbij. Maar er is nog iets: Utrecht is mijn geboortestad. Sterker nog, op het Kanaleneiland ben ik opgegroeid. Bij het voormalig ziekenhuis Oudenrijn liepen we de Avondvierdaagse, we gingen naar de kerk op de Bernadottelaan, in de Trumanlaan hadden we een krantenwijk en we woonden op de Amerikalaan.

In de jaren zestig was Kanaleneiland een nieuwbouwwijk. Veelbelovend, jong en vooruitstrevend. Met nieuwe flats, ruime parken en nieuwe winkelcentra. Hoe anders is dat als je er nu komt. Mijn beide scholen zijn verdwenen, ze hebben plaatsgemaakt voor grote kantoorflats tegenover de kwijnende en slecht onderhouden driekamerflats van weleer. Elke keer als ik er langs kom (op weg naar Papendorp) valt het me de vervallen aanblik op. En dat doet pijn. Daar waar we vroeger buiten speelden moet je nu je auto parkeren, en goed uitkijken voor het drukke verkeer.

De meeste mensen haasten zich over straat, zonder groeten of opkijken. Daarbij komt dat onze kinderen en kleinkinderen en mijn ouders nog in en rond Utrecht wonen.

Op maandag werd het toen ineens spannend. Winkels gesloten, mensen binnen, kinderen in een lock down op school. En het droeve resultaat? Vijf gewonden en drie doden.

De stad komt er weer bovenop, gelukkig. Utrecht heeft veerkracht, en daar ben ik trots op. Als Utrechter. Want dat gaat nooit weg. Ook al wonen we alweer vijftien jaar in Zeeland.(image) Deze week zijn mijn reizen naar Utrecht dus even anders, bedachtzamer, met emotie. Utreg… me statsjie… wat moak je me nou?