Praktijkonderzoek over energietransitie: omdenken 2.0

De Universiteit Utrecht kopt in één van haar dossiers: “Het winnen van fossiele brandstoffen als aardgas, aardolie en steenkolen brengt schade toe aan natuur en milieu en draagt bij aan het broeikaseffect. Bovendien raken fossiele brandstoffen langzaam uitgeput. Dit roept om een overstap naar duurzame energiebronnen als zon, wind en aardwarmte”.

Het lijkt of er op grote schaal gehoor gegeven wordt aan deze oproep. In de zoektocht naar de beste transitie en de beschikbare middelen daarvoor buitelen bedrijven, overheden, milieuverenigingen, consumentenorganisaties en politieke partijen over elkaar heen.

Er verschijnen windparken en zonne-akkers en woonwijken zonder gas. De kranten staan vol met initiatieven, subsidies en plannen. “Nou, belangrijk dus,” hoor ik je denken. En dat is het ook. We moeten allemaal aan de warmtepomp, zonnepanelen en de elektrische auto. Allemaal over op inductie-koken, het gas afsluiten en over op groene stroom. Verder minder vliegen (zeker niet binnen Europa), zoveel mogelijk met de trein en consuminderen. Dus minder producten gebruiken, om de ecologische voetafdruk te verkleinen. Inzetten op windmolens en zonne-akkers. Maar goed, wat doe je als burger met al die informatie? Gaan we massaal om of ‘zal het onze tijd wel duren’? Is het wel betaalbaar? Wat is de rol van de overheid?

Bekend is dat veel mensen zich er niet zoveel van aantrekken, van die waarschuwingen.Sterker nog, uit onderzoek door Motivaction blijkt dat de interesse in duurzame energie afgenomen is van 57% in 2015 tot 52% in 2017. Verder laten de resultaten zien dat men zeker meer windenergie wil en zonne-akkers, maar liefst uit het eigen zicht. Niet in de eigen achtertuin dus.

Een klassiek NIMBY-effect dus: Not In My Back Yard (Visscher & Bot, 2017). Voor hun onderzoek keken Visscher & Bot naar houding, kennis en gedrag ten aanzien van energietransitie, en naar achterliggende motieven, om zo de communicatie rondom energie-onderwerpen aan te passen. Het blijkt dat mensen zich wel meer bewust worden van de urgentie om iets aan duurzaamheid te doen, maar dat ze dat zelf nog geen grote prioriteit geven. Daarnaast denken veel Nederlanders dat we al veel doen op het gebied van duurzaamheid, we leiden aan overschatting (Visscher & Bot, 2017).

Er zijn natuurlijk veel prima initiatieven. Zo meldt de Treinreiswinkel een groei van duurzaam vakantievervoer. En dat is naast duurzaam heel leuk en avontuurlijk. Wij reizen zelf in de vakantie ook het liefst per trein. Ook groeit het aantal (zakelijke) treinreizigers naar Londen, Parijs en Berlijn (Van den Eerenbeemt, 2018). Dat is op zich mooi, maar het zou ook kunnen komen omdat mensen sowieso meer zijn gaan reizen, bijvoorbeeld voor hun werk. Maar goed, ze pakken in ieder geval het vliegtuig niet.

Aan de andere kant groeit het aantal vliegbewegingen van en naar Schiphol nog steeds. Verre vakantiebestemmingen worden steeds populairder (goedkoop en bereikbaar voor een groeiende groep mensen). Europese vluchten worden weliswaar minder, maar het aantal vliegkilometers neemt nog steeds toe (Van den Eerenbeemt, 2018).

Verduurzaming begint eigenlijk heel dicht bij huis, met simpele keuzes. Een paar voorbeelden: koop onverpakte producten of neem je eigen tas en doosjes mee, haal groente bij de boerderijwinkel, gebruik minder plastic, doe wat langer met je kleding of koop tweedehands. Knap je meubels op, laat je apparaten repareren in plaats van nieuwe te kopen, trek een trui in plaats van de verwarming op te draaien.

Omdenken dus. Ook in vakantieplezier: meer genieten van vakanties dichter bij huis, fietsen, wandelen in eigen land. Voor mij vormen deze onderwerpen dankbaar materiaal bij cursussen praktijkonderzoek. Dat komt door de verscheidenheid aan kaders waarin de onderzoeken worden uitgevoerd. Daarmee kun je onderzoeken vergelijken, maar ook discussie over het onderwerp zelf opzetten. Zo heb ik het laatst gebruikt bij een workshop onderzoeksvaardigheden voor docenten. Eerst via Mentimeter de meningen gepeild, en daarna laten zien hoe onderzoeksresultaten van elkaar kunnen verschillen door een verschil in definitie en afbakening en hoe je dat interpreteert. Idee? Ik help je graag om zo'n workshop te organiseren.

Nu ga ik gauw weer terug te tuin in: de wortels en bietjes moeten gezaaid. Sla en andijvie de grond in. Die eten we deze zomer uit eigen tuin. Duurzaam en lekker.

Tot snel, Nel  

Bronnen Eerenbeemt, M. van der (2018, 18 december). We treinen vaker door Europa, maar vliegen we ook minder? de Volkskrant. Visscher, J. & Bot, W. (2017, 4 december). Monitor Energie 1-meting. Kennis, houding en gedrag van het Nederlands publiek met betrekking tot de energietransitie.Amsterdam, Den Haag: Motivaction, Ministerie van Economische Zaken. Universiteit Utrecht (g.d.). Energietransitie. Verkregen op 4 april 2019 via https://www.uu.nl/onderzoek/dossiers/energietransitie.